Een boeiend verhaal over kunstroof, een onderwerp dat juist nu heel erg leeft.
Het zal me niks verbazen als je bij deze titel een detectiveverhaal zou verwachten. Dat dacht ik namelijk zelf wel, maar tijdens het lezen ontdekte ik dat iets heel anders is. Het is namelijk een verhaal over een paar van de grootste diefstallen ooit. Maar ook over hoe moeilijk het is om het weer terug te geven en hoe weinig het soms gescheeld had, dat het niet voor altijd kwijt zou zijn, gestolen schilderijen. Kortom, geen detective, maar wel heel spannend.
Mies moet voor geschiedenis een werkstuk maken, maar ze heeft geen idee waarover. Ze vindt geschiedenis dan ook oersaai. Tot overmaat van ramp gaat haar beste vriendin op vakantie met de familie, dus die kan haar niet helpen. Als ze door Amin, een slimme jongen uit haar klas, uitgenodigd wordt om samen met een paar vrienden naar de Gevangen Poort in Den Haag te gaan, gaat ze mee in de hoop dat ze een onderwerp zal vinden..
Daar aangekomen blijkt de Gevangen Poort dicht te zijn, maar ze kunnen wel naar de Galerij van Willem V. Tot afschuw van Mies blijken daar alleen maar schilderijen te hangen, echt heel veel schilderijen. Dat is niet oersaai, maar gewoon dodelijk saai. Maar dan ontmoet ze een oudere mevrouw, die daar om een heel speciale reden is. In het museum hangt namelijk een schilderij dat in de Tweede Wereldoorlog gestolen is van haar ouders. Dat is het begin van een bijzonder avontuur.
Diefstal, oorlogen, stroomuitval, opgesloten zitten in een museum en een dief in de nacht… Ja, ik weet het, het klinkt toch bijna als een detectiveverhaal en op een bepaalde manier is het dat ook wel een klein beetje. Maar het is vooral spannend en leerzaam. En zelfs een beetje filosofisch, want één van de grote vragen is, waarom mensen altijd meer willen en wanneer het genoeg is.
Een boeiend verhaal over kunstroof, een onderwerp dat juist nu heel erg leeft.